De geschiedenis van JU-JITSU

Het ju-jitsu is van Japanse oorsprong en werd in de middeleeuwen ontwikkeld in verschillende scholen (ryu). Het kreeg er benamingen zoals yawara, tai‐jitsu, torite, kenpo, shubaku,… Al deze termen werden later geplaatst onder een gemeenschappelijke noemer, namelijk het ju-jitsu. Het waren de samoerai’s die zich het eerst gingen bezighouden met het ju-jitsu. Naast zwaardoefeningen (iaido) leerden zij ook bepaalde lichaamstechnieken. Deze technieken werden angstvallig geheim gehouden. Vandaag de dag wordt het ju-jitsu beoefend over de hele wereld. Ju-jitsu, wat zoveel betekent als “soepele of zachte kunst” – en aan de oorsprong ligt van modernere sporten zoals judo, aikido, karate en kendo. Het bestaat uit worpen, trappen, stoten, klemmen op armen, benen en nek, wurgingen, controlegrepen, ontwijkingen en afweertechnieken. De ju-jitsuka wordt een mooie synthese aangeboden van deze gevechtssporten die ontwikkeld zijn uit het ju-itsu. Ju‐jitsu is een krijgskunst maar kan beoefent worden als volwaardige sport die zowel conditie, coördinatie, lenigheid als kracht bevordert. Naast het fysieke aspect is ook de geestelijke vorming van groot belang. In sterke mate wordt het zelfvertrouwen, het concentratievermogen en de zelfbeheersing bevorderd. Ju-jitsu kan met verschillende doelstellingen beoefend worden: ju‐jitsu als zelfverdediging; ju‐jitsu als competitie en ju-jitsu als recreatie. Tot slot voor ieders wat wils.

Junior ju-jitsu

Hirakudo junior jiu-jitsu

Kinderen hebben een grote behoefte om te ravotten! Ju-jitsu komt op gecontroleerde manier te gemoed aan hun behoefte. Kinderen tussen 8 en 12 jaar zijn ontzettend vaardig. Hun leeftijd is gekenmerkt door intensief technisch onderricht, veelzijdigheid, groot uithoudingsvermogen, ontwikkeling logisch-kritisch denkvermogen, groepsgeest en drang tot competitie. Daarom worden ze ook wel eens de ‘alleskunners’ genoemd. De ideale leeftijd om te starten met ju-jitsu. Ju-jitsu zet dagelijkse bewegingen om naar specifieke complexere bewegingen. De nadruk ligt vooral op de beginselen van ju-jitsu in spelvorm aan te leren. Ju-jitsu leent zich ideal om te combineren met andere sporten of jeugdbeweging. Buiten het sportieve aspect, leren kinderen zich verdedigen, waarbij waarden en normen belangrijk zijn. Het verbetert hun zelfvertrouwen, discipline, verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor elkaar. Met de spirit van ju-jitsu leren kinderen hun energie positief in te zetten. Door verdedigingstechnieken te leren worden ze bewust van veiligheid. Onze juniors hebben een aangepast programma en graadverhoging systeem met permanente evaluatie en evaluatiemomenten. Kortom, wij besteden veel aandacht aan onze juniors. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!

Ju-jitsu als zelfverdediging

Hirakudo dojo

Ju-jitsu is ideaal om te gebruiken als zelfverdediging en verdediging van anderen. Wereldwijd worden ju-jitsu technieken aangeleerd in politiescholen, militaire scholen en aan bodyguards, etc. Het principe is eenvoudig: je leert de kracht van je tegenstander inschatten om die dan tegen hemzelf te gebruiken. Zo leer je een aanval in te schatten en te ontwijken door dan jouw aanvaller uit evenwicht te brengen en een eenvoudige techniek toe te passen. Dit kan een eenvoudige bevrijding, trap of stoot zijn tot een bepaalde gecontroleerde greep. In zelfverdediging is het de bedoeling om zo snel en efficiënt mogelijk te reageren. Hierdoor wordt een “blits tegenaanval” veroorzaakt, die de vastberadenheid van de aanvaller uitschakelt. Het doel van zelfverdediging is de aanvaller (tijdelijk) te elimineren. Wat we zeker niet mogen vergeten: is dat zelfverdediging in alle reële situaties bruikbaar moet zijn, dus hoe eenvoudiger de techniek, hoe beter deze techniek toepasbaar is. In dergelijke situaties heeft ons lichaam zelf te kampen met stress en emoties die het gebruik van complexe technieken kunnen verhinderen. We gebruiken de basistechnieken van ju-jitsu als fundament voor de verdediging. Bovendien blijkt dat een goed getraind ju-jitsuka conflictsituaties beter kan aanpakken. Door zijn zelfvertrouwen, kennis van gevaar en rust zal hij eerder een conflict vermeiden. Waar ju-jitsu vroeger een zaak van overleven was, is het nu een sport die we kunnen gebruiken om ons te verdedigen.

Wettige zelfverdediging

dojo

We kunnen volgens de wet spreken van ‘wettige verdediging’ indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

• Onafwendbaar geweld: Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht! De verdediging moet noodzakelijk zijn

• Proportionele verdediging: De verdediging moet evenredig zijn met het geweld. Ga nooit verder dan nodig in je verdediging.

• Ogenblikkelijk geweld: De verdediging moet voor of tijdens de aanval gebeuren. Wraak nemen achteraf is onwettig!

• Onwettig geweld: Een uitzondering is geweld gebruikt door politie tijdens de uitoefening van hun functie.

• Personen verdedigen: De aanval moet gericht zijn tegen personen!

• Ondubbelzinnig geweld: Is er echt sprake van geweld.

Ju-jitsu is een ideale verdediging omdat we onze technieken kunnen beheersen en controleren, m.a.w. we kunnen ze aanpassen aan de aanval. Kom je toch in een conflict, probeer het eerst op te lossen met woorden. Als je echt wordt bedreigd of aangevallen blijf dan rustig en doe een gecontroleerde tegenaanval. Het is daarna wel belangrijk om dit aan te geven bij de politie en een verklaring af te leggen.

In de DOJO

dojo

De naam “dojo” geeft men aan de oefenzaal waar de ju-jitsuka’s trainen. De dojo wordt gekenmerkt door zuiverheid, rust, eenvoud en concentratie. De vloer is er bedekt met een mat (tatami). Men bereikt slechts de juiste atmosfeer indien de etiquette stipt wordt nageleefd. 
Zo zijn de ju-jitsuka’s bij het betreden van de dojo allereerst verplicht een groet te brengen. Deze groetende buiging betekent het begin van volkomen concentratie. Dagelijkse beslommeringen worden verbannen. Men denkt nog uitsluitend aan ju-jitsu. Gezien het groot gamma aan potentieel gevaarlijke technieken is dat nogal vrij evident. 
Daarna begeeft men zich naar de sensei (instructeur) en maakt men voor hem eveneens een buiging als uitdrukking van respect voor een meerdere in graad. Elke groet (rei) moet correct en niet haastig of nonchalant gebeuren. Eigenlijk betekent het “het is een grote eer met u te mogen oefenen”. Tenslotte zal dan gezamenlijk de zittende groet (zarei) bij het aanvangen van de les gebeuren. Traditioneel vervolgen dan de gebruikelijke opwarmings- en versoepelingsoefeningen. Daarna komt het valbreken of ukemi aan bod. Hierop volgen de taihen-jitsu met basisstoten en/of traptechnieken. En dan vangt de eigenlijke training aan. En weerom groet men de tegenpartij. Ongeacht de leeftijd of graad. Respect en vertrouwen zijn sleutelwoorden. Aanwijzingen van instructeur of meerdere in graad worden zonder discussie opgevolgd. De les wordt beëindigd in meditatie (het tot rust komen, het onder controle brengen van de ademhaling). 
Het zal wel duidelijk zijn dat kortgeknipte nagels van vingers en tenen, een propere oefenkledij (ju-jitsugi), en het niet-dragen van sieraden of andere scherpe voorwerpen, getuigen van de nodige veiligheid en eerbied voor je partner. Goed geknoopte gordels, het achterwege laten van onnodige gesprekken, het dragen van gepast schoeisel, gereserveerdheid tegenover hogere – en hulpvaardigheid ten opzichte van lagere gordels: het maakt allemaal deel uit van de etiquette voor beoefenaars van Japanse krijgskunsten (budo). Nonchalante houdingen leiden naar spel. Dat resulteert dan weer in kwetsuren. Het moet duidelijk zijn dat er in de dojo geen plaats is voor ongedisciplineerde.